‘Soms moet je als journalist een stapje extra doen om impact te maken’
)
Met Woeste Grond wil Rens van de Plas (27) laten zien dat lokale journalistiek anders kan: agenderend, onderzoekend en vooral dichter bij de mensen over wie het gaat. Met portemonneetests, pop-upredacties en zelfs een week in de McDonald’s zoekt hij naar nieuwe journalistieke vormen. Nu wacht de volgende uitdaging: zorgen dat al dat experimenteren ook een structurele toekomst krijgt.
Interview: Remy Reuvekamp / Foto's: Jules van Iperen
Alleen als je als maker je doelgroep kunt blijven bereiken, ben je relevant, zegt Van de Plas. ‘Ik ben ervan overtuigd dat je daarvoor nieuwe soorten verhalen moet vertellen, het publiek op nieuwe manieren bij je verhalen moet betrekken én dat je als maker uit je ivoren toren moet komen.’
Zelf ziet hij in Brabant genoeg ruimte voor zo’n andere aanpak. Na zijn afstuderen aan de Fontys Hogeschool in Tilburg werkt Van de Plas als freelance gemeentelijk verslaggever en eindredacteur voor het Brabants Dagblad. Maar in het traditionele Brabantse medialandschap wordt er volgens hem weinig geïnnoveerd, hij mist reuring. In het voorjaar van 2024 besluit hij daarom via crowdfunding zijn eigen journalistieke platform Woeste Grond te beginnen. ‘Ik dacht: ik ga het gewoon zelf proberen, kijken of ik mijn ideale journalistieke platform uit de grond kan stampen.’
Dat ideale platform moet meer doen dan achter de dagelijkse actualiteit aanlopen. Van de Plas zet in op onderzoeksjournalistiek en het zelf agenderen van onderwerpen. Hij wil laten zien dat journalistiek meer is dan ‘auto rijdt tegen boom’ of een verslag van een raadsvergadering. ‘Mijn indruk is dat traditionele media heel erg gedreven worden door de actualiteit, wat ook niet gek is, maar dan laat je dus je verslaggeving bepalen door wat anderen op de politieke agenda zetten. Terwijl ik denk dat journalisten ook zelf zaken moeten kunnen agenderen.’
Nieuwe journalistieke vormen
Van de Plas noemt Woeste Grond een platform voor ‘nieuwe en radicale journalistiek’. Wat hij daar onder verstaat? ‘Ten opzichte van wat er was in Brabant is alles radicaal,’ lacht hij. Maar het gaat hem om de vrijheid om het anders aan te pakken. ‘We laten ons niet leiden door het feit dat we dagelijks een radio- of televisie-uitzending moeten maken, of dat er een krant moet komen. We nemen de tijd en ruimte om dingen grondig uit te zoeken, zonder dat daar meteen deadlinedruk achter zit.’
Nieuwe journalistieke vormen schuwt Woeste Grond daarbij niet. In het eerste jaar voerden ze een portemonneetest uit. Het platform vulde tien portemonnees met geld en bonnetjes en leverde die in bij politiebureaus en gemeentehuizen. Uit vier portemonnees bleek later geld verdwenen, eentje was er kwijt. Het onderzoek bracht het nodige teweeg, vertelt Van de Plas. Verschillende gemeenten namen maatregelen en bij de politie Oost-Brabant gaf een medewerker toe geld uit een portemonnee te hebben gehaald en werd een disciplinair onderzoek ingesteld. ‘De vraag is of die maatregelen permanent zijn. Misschien moeten we het over een jaar nog eens doen en kijken wat er daadwerkelijk is veranderd.’
Journalistiek als vehikel van de burger
Het gaat Van de Plas niet om de journalistieke vorm alleen, de insteek bij Woeste Grond is ook activistischer. ‘Journalisten hebben vaak een podium om zaken ten positieve te veranderen, voor bewoners die geen groot netwerk of de juridische slagkracht van een gemeente of provincie hebben.’ Als voorbeeld noemt hij het gebrek aan openbaar zwemwater in Tilburg waar je gratis kunt zwemmen. Ze deden er onderzoek naar en lieten tegelijkertijd posters drukken die mensen achter hun raam konden plakken: “In woorden kun je niet zwemmen”. ‘De poster hangt nu bij honderd mensen achter het raam, dus dat maakt wel wat los,’ vertelt hij. ‘Soms moet je als journalist een stapje extra doen om impact te maken. Dat die acties óók een vorm zijn om extra naamsbekendheid te genereren, zal ik niet ontkennen.’
Wel is er voor Van de Plas een duidelijke grens aan activisme in de journalistiek. Bij hevig gepolariseerde onderwerpen als asiel zullen we niet meteen een standpunt innemen, zegt hij. ‘En we gaan ook niet met een Woeste Grond-vlag op de A12 staan. Dat vind ik een brug te ver.’ Bang dat bij hen de gewenste uitkomst boven waarheidsvinding komt te staan, is hij dan ook niet. ‘We wegen voortdurend af waar we als journalistiek platform wat kunnen toevoegen en hoe we kunnen opkomen voor mensen die hier wonen, werken en leven.’
Hij is van mening dat journalisten naast de burger moeten staan. ‘Ik zie journalistiek een beetje als vehikel van de burger.’ Tegenover overheden, grote bedrijven als ASML en bijvoorbeeld pandjesbazen hebben individuele burgers volgens hem vaak weinig macht. ‘De samenleving heeft vaandeldragers nodig en ik denk dat de journalistiek die rol prima kan vervullen zonder daarmee meteen aan propaganda te doen. Het is de taak van de journalistiek om inherent kritisch te zijn op machtsstructuren. Je kiest de kant van de burger omdat die niet die machtsmiddelen heeft. Maar wij zullen altijd aan waarheidsvinding doen.’
‘Ik vind experimenteren erg belangrijk. Als je publieksbetrokkenheid onderdeel maakt van je missie, kun je daar ook niet omheen’
De ivoren toren uit
Een typisch Woeste Grond-verhaal kenmerkt zich volgens de oprichter niet alleen door een opzienbarende inhoud of vorm, maar ook door de publieksgerichtheid. Hij zegt in de reguliere journalistiek de betrokkenheid bij de mensen zelf te missen. Woeste Grond zet zelf stevig in op zogenaamde pop-upredacties. ‘Kranten doen dat ook vaak, maar dan zie ik zo’n oproepje dat er twee journalisten van twaalf tot twee op een dinsdagmiddag in de bibliotheek van Oss zitten… Dan denk ik: wie denk je daarmee te bereiken? Zo blijf je als journalist gewoon in je ivoren toren zitten.’
Dat pakt Woeste Grond anders aan. ‘We zijn weleens tien dagen in een dorp geweest, van negen uur 's ochtends tot acht uur 's avonds. Hebben er een buurtcamping opgezet, gewoon een soort terrasopstelling op het dorpsplein. En dan niet alleen blijven zitten, maar door het dorp lopen, aanbellen en gesprekken voeren.’ Het experiment leidde – in samenwerking met een weekblad – tot een papieren krant die in het hele dorp werd bezorgd. ‘Normaal komt daar vier keer per jaar een journalist, nu konden ze tien dagen achtereen journalisten aanspreken. Dat werd erg gewaardeerd.’
Het hoeft niet zo moeilijk te zijn, wil Van de Plas maar zeggen. 'Je hoort vaak dat media jonge mensen niet langer bereiken. Wij dachten: hoe kunnen we aandacht besteden aan het leven van jongeren? Toen zijn we zeven dagen in drie McDonald’s gaan zitten om met hen te praten.’ Het leverde meerdere verhalen op. ‘Ik vind experimenteren erg belangrijk. Als je publieksbetrokkenheid onderdeel maakt van je missie, kun je daar ook niet omheen. En wij hebben die betrokkenheid ook nodig om bekender te worden.’
Van experiment naar duurzaam platform
Bekendheid en betrokkenheid zijn belangrijk, maar daarmee heeft Woeste Grond nog geen solide verdienmodel. Van de Plas kan zichzelf nu drie dagen betalen vanuit het platform, daarnaast verricht hij andere opdrachten. Een wisselend team van freelance journalisten en studenten draagt incidenteel bij aan Woeste Grond. ‘Het aantal abonnees en donaties stijgt heel geleidelijk,’ vertelt Van de Plas, ‘en we hebben ook bijna geen opzeggers. Maar in zo’n opstartfase zijn fondsen onmisbaar. Anders kunnen wij projecten als in de McDonald’s of in zo’n dorp gewoon niet uitvoeren.’
Op de lange termijn is het doel dat Woeste Grond grotendeels op abonnees draait en niet op fondsen. De komende periode wil hij daarom vooral meer structuur aanbrengen. Nu verschijnen er soms meerdere verhalen in één week en dan weer een tijdje niets. ‘Dat werkt niet goed. Lezers moeten elke week een verhaal kunnen verwachten, elke week een nieuwsbrief en een socialemediapost. Dat levert uiteindelijk veel meer op.’
Met een pilot van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek krijgt Woeste Grond binnenkort een half jaar de ruimte om aan die zakelijke ontwikkeling te werken. Van de Plas wil structureel verhalen publiceren en stevig inzetten op campagnes om nieuwe abonnees aan zijn platform te binden. De gerichte campagnes van de Edese Vos dienen daarbij als voorbeeld. ‘Zo structureel mag het bij Woeste Grond ook worden: een duidelijke visie van wat je in een bepaalde periode wilt bereiken en daar niet mee stoppen voordat dat gehaald is.’
Het speelkwartier voorbij
Met diezelfde Edese Vos richtte Van de Plas onlangs ook de Lokale Alliantie op, een samenwerkingsverband van lokale journalistieke pioniers. ‘Je ziet dat lokale platforms in opmars zijn en we moeten als sector meer slagkracht krijgen. Weekbladen, dagbladen en omroepen hebben allemaal hun eigen vertegenwoordiging. Dat hebben wij ook nodig.’ De initiatiefnemers wisselen kennis en ervaringen uit en willen op termijn ook samenwerken, bijvoorbeeld aan onderzoek of subsidieaanvragen. ‘Als klein platform halen wij niet zomaar een Europese subsidie binnen. In zo’n verband zou dat misschien wel kunnen, al richten we ons daar in deze eerste fase nog niet op.’
En Woeste Grond zelf? Over twee jaar wil Van de Plas twee journalisten volledig vanuit het platform kunnen betalen. ‘Ik denk dat dat realistisch moet kunnen zijn en dat we de komende twee jaar daarin gaan versnellen.’ Daarmee breekt volgens hem een nieuwe fase aan. ‘Het speelkwartier is wat dat betreft echt voorbij.’

Samen voor sterke lokale journalistiek
De controlerende lokale journalistiek staat op veel plekken onder druk. De Lokale Alliantie wil daarom zelfstandige lokale journalistieke platforms helpen opbouwen en versterken door kennis, succesvolle werkwijzen en capaciteit te delen.
Bouw jij aan een onafhankelijk lokaal platform of wil je er één starten? Bekijk voor wie de Lokale Alliantie bedoeld is en maak kennis via een persoonlijk gesprek!

In de rubriek #wijzijndenvj staan onze leden centraal met verhalen uit de praktijk. Journalisten uit alle hoeken van het vak vertellen hoe zij werken, waar ze tegenaan lopen en wat de NVJ voor hen betekent. Soms heel praktisch, soms in het bredere debat over het vak. Samen vormen we de NVJ.
)