De werkgevers
Journalistieke werkgevers namen meer mensen in dienst
De journalistieke arbeidsmarkt consolideert verder. Tegelijk groeit de werkgelegenheid voorzichtig, mede door het in dienst nemen van zzp’ers. Maar transparantie over de financiën neemt verder af.
)
Door fusies en overnames komt een steeds groter deel van de media in handen van een steeds kleiner aantal bedrijven. In 2025 vond daarin de volgende stap plaats met de overname van RTL Nederland door DPG Media. Het aantal grote mediaorganisaties is daarmee gedaald naar vier: DPG Media, Mediahuis, de NPO en Talpa Network. Ter vergelijking: in 2011 telde het Commissariaat voor de Media er nog elf.
Hoewel er nog altijd zo’n vijfhonderd mediaorganisaties actief zijn in Nederland, zijn de meeste daarvan klein. Zij hebben slechts een handvol journalisten in dienst. De vier genoemde spelers zijn veruit de grootste werkgevers, op afstand gevolgd door enkele middelgrote spelers als FD Mediagroep, Hearst Netherlands, Nederlands Dagblad, Reformatorisch Dagblad en Roularta Nederland.
De meeste journalistieke werkgevers zijn gevestigd in de Randstad. Maar vrijwel overal in het land bevinden zich journalistieke organisaties. Dat is met name te danken aan lokale omroepen, streekomroepen en hyper locals, die met kleine teams (en soms met alleen vrijwilligers) verslag doen van het lokale nieuws. Bij al die lokale partijen samen zijn er zo’n 750 journalisten in loondienst.

Het journalistieke werkveld in kaart
In 2025 telt Nederland in totaal 26 betaalde dagbladen. Acht dagbladen richten zich op nieuws en lezers uit het hele land, de overige achttien richten zich op de regio. Hoewel deze dagbladen door zes verschillende uitgevers op de markt worden gebracht, is de dagbladensector in feite een duopolie. Twee grote spelers – de Vlaamse reuzen DPG Media en Mediahuis – domineren samen de dagbladenmarkt.
Naast de betaalde dagbladen telt ons land dertien landelijke publieke omroepen en dertien regionale omroepen. De landelijke commerciële radio en tv is geclusterd in twee bedrijven, die ieder diverse zenders uitbaten die zich met nieuws bezighouden. Een deel van de journalistieke programma’s bij (met name) landelijke omroepen, wordt gemaakt door externe productiebedrijven. Het gros van deze bedrijven geeft geen inzicht in de samenstelling van het personeelsbestand of andere opgevraagde data.
Op lokaal niveau telt Nederland nog ruim tweehonderd publieke omroepen. Een aantal daarvan is inmiddels omgevormd tot streekomroep. De rest moet uiterlijk in 2028 ook een streekomroep zijn. Uiteindelijk moet dat leiden tot een totaal van tachtig streekomroepen. Daarnaast zijn er een slordige honderd organisaties die gezamenlijk vierhonderd huis-aan-huisbladen uitgeven én zijn er nog tientallen andere bedrijven actief in het journalistieke umfeld. Dat zijn onder andere uitgeverijen van vakmedia en straatmedia, producenten van podcasts en onderwijsinstellingen die hun eigen media uitgeven.
Meer journalisten in loondienst
Bijna zes op de tien journalisten (57%) was in 2025 werkzaam in loondienst (het gaat om ruim 10.300 mensen). Het aantal loondienstbanen ligt iets hoger dan in 2024. Die stijging wordt grotendeels veroorzaakt doordat werkgevers een deel van hun zzp’ers in dienst hebben genomen als reactie op de aangekondigde handhaving op schijnzelfstandigheid.
Nieuwsuitgeverijen DPG Media en Mediahuis zijn veruit de grootste journalistieke werkgevers van het land. Uit de jaarverslagen van deze organisaties blijkt dat zij gezamenlijk ruim 3100 personen in dienst hebben in redactionele functies. Van alle journalisten in loondienst werkt 30,3% bij een van deze twee partijen. Dat is inclusief de mensen die werken bij het door DPG Media overgenomen RTL Nederland.
Het aantal journalisten in loondienst is in 2025 met 0,2% gestegen. Bij de regionale omroepen nam het aantal fte met 2,87% toe. In aantal personen was de toename 3%. Bij de twee commerciële omroeporganisaties steeg het aantal fte met 2,88% (3,24% meer personen) en ook klassieke krantenuitgeverijen zagen een lichte groei. Bij marktleider DPG Media zat de groei in fte vooral bij de regionale titels.
Toch was er niet overal in de sector sprake van een groeiend personeelsbestand. Bij de landelijke publieke omroepen nam het totaal aantal fte juist af, met 3,17% (4,35% in aantal personen). Ook bij de uitgeverijen van vakmedia daalde het aantal personen in loondienst.
Wie werkt waar?
De meeste loondienstbanen zijn te vinden bij de landelijke media. Zeven op de tien journalisten (69%) werkt voor een van de landelijke omroepen, kranten, magazines, vakmedia, podcastproducers of productiebedrijven. Een klein kwart (23,4%) werkt voor een regionaal medium. Minder dan één op de tien loondienstfuncties (7,7%) bevindt zich bij een lokale medium of een streekomroep.
De landelijke nieuwsuitgeverijen zijn de grootste werkgever: 21,1% van de journalisten in loondienst werkt daar. In 2024 waren het nog de landelijke publieke omroepen die samen de meeste journalisten en redacteuren in loondienst hadden. In dat jaar werkte nog 21,5% van de journalisten in loondienst voor de landelijke publieke omroep. In 2025 is dat 20,59%. Van de omroepen is de NOS de grootste journalistieke werkgever.
De uitgeverijen van redactionele nieuwsmedia zijn gezamenlijk goed voor 12% van het personeelsbestand in de branche. Eén op de tien journalisten en redacteuren werkt voor een regionale publieke omroep. De landelijke commerciële omroepen zijn in 2025 goed voor 3,76% van het aantal redactionele en journalistieke banen. In 2024 was dat nog een kleine 3,5%.
Zo’n 10% van de banen bevindt zich bij de magazine-redacties. 4,5% van de journalisten en redacteuren in Nederland is werkzaam bij vakmedia. Bij de lokale- en streekomroepen werken nog altijd net wat meer personen in loondienst dan bij uitgeverijen van lokale media (ruim 460 tegenover een kleine 300). Met name de lokale omroepen blijven in grote mate afhankelijk van vrijwilligers. Als zij al journalisten in dienst hebben, gaat het om twee of drie personen. Daar staan per omroep tientallen vrijwilligers tegenover.
De financiële situatie is voorzichtig positief
Het in kaart brengen van het financiële plaatje in de sector werd afgelopen jaar nog wat lastiger. Waar Mediahuis al geen winstcijfers over haar Nederlandse tak publiceerde, bracht het over 2024 ook geen cijfers over haar Nederlandse omzet naar buiten. Talpa Network houdt deze cijfers al sinds 2012 tegen de borst*. Andere organisaties – zoals Nedag Uitgevers – publiceren hun cijfers over 2024 pas later. Kleinere spelers openbaren dergelijke data vaak helemaal niet.
De gegevens die er wél zijn, laten een licht positieve trend zien. Mediahuis spreekt voor het hele concern van een stabiel resultaat in 2024. Er is geen reden om aan te nemen dat de Nederlandse tak daar een uitzondering op vormt. De omzet van RTL Nederland liep op met 2,3% naar 634 miljoen euro, en het nettoresultaat met 10,4% naar 127 miljoen euro.
DPG Media zag in 2024 op haar beurt de omzet in Nederland met 20 miljoen stijgen ten opzichte van het jaar eerder. De ebitda (dat is de winst voor aftrek van rentekosten, belastingen, afschrijvingen en afboekingen) daalde wel licht, met 2,28% naar 215 miljoen euro.
De nieuwssector als geheel kreeg te kampen met een daling in advertentieinkomsten, aldus brancheorganisatie NDP Nieuwsmedia. Mede door een omzetstijging uit digitale lezers, zag de branche de algehele omzet wél oplopen. In totaal bedroeg die 1,211 miljard euro. Dat is 2% meer dan in het jaar ervoor. Toch was de omzetgroei niet groot genoeg om op te boksen tegen de inflatie, die in 2024 met 3,3% nog altijd hoger was dan het Europese gemiddelde.
Volgens NDP Nieuwsmedia investeerden mediabedrijven in 2024 meer geld in hun redactie. In 2024 staken twaalf lidbedrijven van de brancheorganisatie gezamenlijk 394 miljoen euro in hun redacties, een stijging van 6% ten opzichte van het jaar ervoor. De hoogte van de freelancebudgetten wordt door geen enkele organisatie gedeeld.
* Na het ter perse gaan van deze editie van de NVJ Arbeidsmarktmonitor maakte Talpa Network voor het eerst in meer dan tien jaar tijd haar jaarcijfers bekend. De commerciële omroeporganisatie had in 2024 een omzet van 419 miljoen euro, zes miljoen euro meer dan in 2023. De winst kwam in 2024 uit op 5,7 miljoen euro.
)