De journalisten
Iets minder journalisten door verschuiving freelance naar vast
Het aantal journalisten in Nederland is in 2025 iets gekrompen. Een deel van de zzp’ers is gestopt en er zijn iets meer journalisten in loondienst gegaan. De meeste journalisten werken net wat meer uren per week dan gemiddeld en combineren meerdere taken. Vrijwel niemand zegt het vak uit te willen.
)
Nederland telt in 2025 zo’n 18.250 journalisten. Dat is net iets minder dan in het jaar ervoor (toen waren het er 18.500). De daling is veroorzaakt door een terugloop in het aantal freelancers (-2%). Het aantal journalisten in loondienst groeide van jaar op jaar licht (+0,2%), maar kon de zelfstandigenkrimp niet compenseren.
Toch werkt nog ruim één op de drie journalisten (36%) als freelancer. In 2024 was dat nog 36,6%. 57% van de journalisten is in loondienst (2024: 56%). Twee op de drie loondienders heeft een vast contract, één derde een tijdelijk contract. De groep werklozen is even groot als een jaar geleden: 7% van de journalisten zocht half 2025 vanuit een uitkering naar een baan.
In 2025 werkt 0,18% van de Nederlandse beroepsbevolking als journalist. Dat is meer dan in België (0,1%), Griekenland (0,12%), Spanje (0,15%) en de VS (0,06%). Maar minder dan in Denemarken (0,4%), Duitsland (0,27%), Noorwegen (0,24%) en Zweden (0,3%).
Een vergrijzende groep
Journalisten zijn als beroepsgroep ouder dan gemiddeld. Waar de gemiddelde leeftijd onder de beroepsbevolking volgens het CBS op 41 jaar ligt, is de journalist gemiddeld 49 jaar oud. Bijna de helft van de journalisten (49,9%) is de 50 gepasseerd. Net iets meer dan één op de tien journalisten (10,7%) is 30 jaar of jonger.
De gemiddelde leeftijd is in de afgelopen tien jaar iets opgelopen: van 48 jaar in 2016 (bron: Worlds of Journalism Study), naar 49 jaar nu. De relatief kleine leeftijdsgroei duidt erop dat de journalistiek er wel in slaagt jonge mensen binnen te halen. Zij hebben wel vaker tijdelijke contracten: onder 30-minners heeft één op de drie een vast contract, in andere leeftijdsgroepen is dat ruim het dubbele.
Hoe ouder, hoe vaker man
Een relatief groot deel van de nieuwe aanwas bestaat uit vrouwen. Van de journalisten onder de 30 jaar is ruim zes op de tien vrouw (60,53%). In alle andere leeftijdsgroepen zijn mannen echter in de meerderheid. In de leeftijdsgroepen 30-39, 40-49 en 50-59 is net iets meer dan de helft van de journalisten man. Bij de leeftijdsgroep 60-69 is dat ruim driekwart (77,9%). Hoe ouder de journalist, hoe groter de kans dat hij man is.
In de algehele sector zijn mannen ook in de meerderheid: 57,7% van de journalisten is man en 41,5% is vrouw. Binnen de totale Nederlandse beroepsbevolking is 53,8% man en 46,1% vrouw. Het aandeel vrouwen in de journalistiek is de afgelopen tien jaar wel toegenomen. In 2016 was volgens de Worlds of Journalism Study nog 39,3% van de Nederlandse journalisten vrouw. De groep journalisten die zich anders identificeert is in 2025 nog altijd klein: 0,6%. De overige ondervraagden (0,2%) wilden niet vertellen welk gender ze hadden.
Weinig vanuit de lagere sociaaleconomische achtergrond
Het grootste deel van de journalisten (60,2%) woont in de Randstad, en dan met name in Noord-Holland (31,1%). Ruim vier op de tien (42,6%) is ook in de Randstad opgegroeid. Een flink deel is vanuit andere provincies naar de Randstad getrokken, met name vanuit Gelderland, Noord-Brabant en Friesland. In Flevoland, Zeeland en Drenthe wonen de minste journalisten. Journalisten komen overwegend uit hogere sociaaleconomische milieus.
Slechts één op de vijf journalisten (21,2%) groeide op met ouders met een lagere opleiding en/of lager inkomen. Bijna vier op de tien (37,6%) heeft een hoge sociaaleconomische achtergrond, met hoogopgeleide en/of welvarende ouders. Die scheefheid is sterker in het volwassen leven: ruim zeven op de tien journalisten (70,6%) rekent zichzelf tot de hogere sociaaleconomische klassen. Slechts 3% vindt zichzelf tot de lagere klassen behoren.
Ruim één op de drie journalisten (36,9%) ziet zichzelf als onderdeel van een minderheid. Eén op de twintig journalisten heeft een andere etniciteit (4,8%) en net iets minder dan 6% ziet zichzelf als minderheid vanwege het geloof of de levensbeschouwing. Bijna één op de twintig (4,6%) heeft een fysieke of andere beperking.
Meer uur per week dan gemiddeld
Ruim de helft van de journalisten werkt fulltime (52,8%). Dat is in lijn met de totale beroepsbevolking, waarvan volgens het CBS 52% voltijd werkt. Maar journalisten werken vaak wel meer uren per week dan de 31 uur die gemiddeld is onder de totale beroepsbevolking.
Van de journalisten in loondienst werken collega’s bij de regionale omroep wekelijks de meeste uren (33,1 uur). Journalisten bij de commerciële omroepen werken 32,6 uur per week en bij landelijke publieke omroepen is dat 31,8 uur. Journalisten bij uitgevers van landelijk nieuws zitten op 31,3 uur per week.
Freelancers maken met 34,4 uur per week de langste werkweken, al is dat minder dan wat volgens het CBS gemiddeld is onder zzp’ers (38,4 uur).
Bij vakmedia (30,4 uur), huis-aan-huismedia (24,7 uur) en lokale- en streekomroepen (24,4 uur) werkt men minder uren. Over het aantal werkuren bij tijdschriften en regionale dagbladen zijn geen betrouwbare gegevens beschikbaar.
Hoofd- en bijtaken
Verslaggevers vormen de grootste groep binnen de Nederlandse journalistiek (32,4%), gevolgd door bureauredacteuren (17,8%) en eindredacteuren (10,3%).
Het vervullen van meerdere taken is de norm: ruim drie op de vier verslaggevers (75,6%) heeft een secundaire taak, zoals bureauredactie. Ondanks digitalisering is online journalistiek vaak geen specialisatie, maar onderdeel van het algemene werk. 2,9% van de journalisten werkt primair als webredacteur en nog geen 0,5% heeft sociale media als hoofdtaak.
Specialistische functies worden vaak door freelancers vervuld: vrijwel alle fotojournalisten werken zelfstandig, net als de meerderheid van de correspondenten. Ook een kwart van de bureauredacteuren werkt als zzp’er. Regionale journalistiek is veruit de populairste specialisatie (24,21%).
Journalisten in loondienst klussen amper bij
Journalisten met minder dan vijf jaar werkervaring – juniors – verdienden begin 2025 per maand gemiddeld 3400 euro bruto. Mediors (vijf tot tien jaar ervaring) en seniors (meer dan tien jaar ervaring) hadden een gemiddeld bruto maandsalaris van respectievelijk 4070 en 4590 euro. Journalisten met een dienstverband gingen er in 2024 gemiddeld 5% in salaris op vooruit. Wat individuele journalisten exact verdienen varieert per persoon en is mede afhankelijk van kennis, leeftijd en ervaring.
Journalisten met een vast dienstverband klussen amper bij: zij halen gemiddeld 97,1% van hun inkomen uit journalistiek werk. Degenen met een tijdelijk contract zitten daar niet ver onder: 96,5% van hun inkomen komt uit journalistiek werk. Freelancers halen veel vaker een deel van hun inkomen uit andere bronnen: gemiddeld is krap twee derde deel van hun inkomen (64,5%) afkomstig uit journalistiek werk.
De journalistiek is een blijvertje
De helft van de journalisten (53,2%) zit korter dan tien jaar bij hun huidige werkgever, een derde (34,5%) korter dan vijf jaar. De baanduur loopt op met de leeftijd: journalisten van 60-69 jaar werken gemiddeld 23,6 jaar bij dezelfde werkgever. Bij dertigers is dat 6 jaar en bij jongeren onder de 30 slechts 2,4 jaar.
Het overgrote merendeel van de journalisten is niet voornemens om op korte termijn het vak uit te gaan. Bijna negen op de tien (89,7%) zegt over drie jaar waarschijnlijk tot zeker nog in de journalistiek te werken. Drie op de tien (28,5%) is daar helemaal van overtuigd.
Eén op de tien denkt over drie jaar te zijn vertrokken. Een groot deel van hen bevindt zich in de leeftijdsgroep 60-69 en gaat het vak uit vanwege aankomend pensioen. Jongeren (journalisten tot 30 jaar oud) zijn er het meest zeker van dat ze over drie jaar nog in de journalistiek werken.
)