De werkzoekenden
Nog evenveel werkzoekenden, maar wel meer ww’ers
Het aantal journalisten in de ww nam het afgelopen jaar toe. Ook de gemiddelde duur van de ww-uitkeringen liep op. Journalisten wisselen daarnaast sneller van baan dan gemiddeld is op de arbeidsmarkt.
)
Het aantal journalisten dat op zoek is naar werk, schommelde in twaalf maanden tijd op en weer neer. In de tweede helft van 2024 liep zowel het aantal werkzoekenden als werklozen op. In de eerste helft van 2025 daalde de omvang van beide groepen weer net zo hard.
Het resultaat: het aantal werklozen en werkzoekenden lag in juli 2025 op ongeveer hetzelfde niveau als in dezelfde maand een jaar eerder. Half 2025 stonden er 1867 journalisten te boek als ‘geregistreerd werkzoekend’, blijkt uit cijfers van het UWV. Precies een jaar eerder waren dat er 1878. Dat betekent dat het aantal werkzoekende journalisten in een jaar tijd met 0,59% is gedaald.
Onder geregistreerd werkzoekenden verstaat het UWV personen van 15 tot 75 jaar oud, die bij de werkinstantie bekend staan als werkzoekend en die ook een uitkering ontvangen uit de ww, wajong, wia, wao, wga of de bijstand. Ook werkzoekenden met een actief cv op UWV-website werk.nl tellen mee.
Van baan naar (volgende) baan
Lang niet alle werkzoekenden zijn ook daadwerkelijk werkloos. Historische data van het UWV laten zien dat ongeveer drie op de tien werkzoekenden vanuit hun dienstverband op zoek zijn naar een andere baan. Hoewel deze data op het moment van schrijven voor 2025 nog niet beschikbaar zijn, zijn ze door de jaren heen zo consistent dat er geen reden is om aan te nemen dat de verdeling nu radicaal anders is.
Een flink deel van de werkenden dat op zoek is naar een andere baan, zoekt over het algemeen niet heel actief. Data van onderzoeksbureau Intelligence Group laten zien dat 15% van de journalisten met werk actief zoekt naar ander werk. Dat is net wat minder dan een jaar geleden, toen 17,5% van de werkenden actief zocht. De helft van de journalisten is latent op zoek: ze hoeven niet per se ander werk, maar houden wel hun ogen open om te zien of er interessante functies vrijkomen.
Journalisten wisselen sneller van baan dan gemiddeld is op de arbeidsmarkt, blijkt uit data van Intelligence Group én uit eigen onderzoek dat de NVJ samen met de Universiteit van Amsterdam (UvA) uitvoerde. Journalisten werken gemiddeld 7,2 jaar bij hun huidige werkgever. Dat is bijna twee jaar korter dan wat volgens het CBS gemiddeld is op de hele arbeidsmarkt (dat gemiddelde ligt op 9,3 jaar).
Journalisten die zoeken naar een (nieuwe) baan vinden vooral een goed salaris, een goede werksfeer en de inhoud van het werk belangrijk. Ze noemen deze ‘pullfactoren’ het vaakst als belangrijke elementen van een baan, volgens Intelligence Group. Elementen als een vast contract, uitdaging, afwisseling, maatschappelijk belang, de afstand tot het werk, zelfstandigheid en doorgroeimogelijkheden worden minder vaak belangrijk gevonden.
Meer journalisten in de ww
70% van de journalisten die op zoek zijn naar een baan, doen dat niet vanuit de luxe van een bestaande dienstbetrekking. Zij zijn werkloos. In juli 2025 waren dat 1307 personen. Van alle werkzoekende journalisten ontving één op de drie een werkloosheidsuitkering (32%). Ruim een kwart (27%) zat in de bijstand en één op de tien ontving een wia- of wao-uitkering. 7% zat in de wajong. Die verdeling over de sociale regelingen is in grote mate vergelijkbaar met die van een half jaar eerder.
In vrijwel alle sociale regelingen is een kleine daling in het aantal uitkeringen te zien. De ww is de uitzondering op die regel. In juli 2025 ontvingen 586 journalisten een uitkering uit de Werkloosheidswet (+4% ten opzichte van het jaar ervoor). Die stijging is minder steil dan in de hele arbeidsmarkt. Binnen de hele arbeidsmarkt liep het aantal ww’ers in dezelfde twaalf maanden op met 15%: van 164.000 in juli 2024, tot 188.000 in juli 2025.
Ruim de helft van de ww-uitkeringen duurt korter dan een half jaar (53%). Toch is er een verschuiving zichtbaar: journalisten zitten vaker langer in de ww dan een jaar geleden. Het aandeel journalisten met een middellange uitkering liep op: half 2025 zat bijna drie op de tien (28%) werkloze journalisten zes maanden tot twaalf maanden in de ww. Ook de groep journalisten met een langdurige uitkering werd groter: één op de vijf journalisten (20%) zat langer dan een jaar met een ww-uitkering thuis.
Meerjarentrend: jongeren vaker in de ww
Onveranderd ten opzichte van eerdere jaren: vrouwelijke journalisten zitten vaker in de ww dan mannelijke. Ruim zes op de tien journalisten die in juli 2025 een ww-uitkering ontvingen was vrouw (60,58%). Dat vrouwen vaker ww ontvangen dan mannen blijft opvallend, aangezien er meer mannen dan vrouwen actief zijn op de journalistieke arbeidsmarkt. De man-vrouwverhouding in de journalistiek is 57,7% man om 41,5% vrouw.
De meeste journalisten met een werkloosheidsuitkering zijn tussen de 27 en 50 jaar oud. In juli 2025 ging ruim de helft van de ww-uitkeringen (53,8%) naar journalisten in die leeftijdsgroep. Ruim een derde van de ww’ers was 50-plusser en één op de tien was jonger dan 27 jaar. Dat die laatste groep het minst vaak ww krijgt, komt deels doordat zij vanwege hun kortere werkverleden nog weinig ww-rechten hebben opgebouwd.
Vergeleken met juli 2024 is de verdeling naar leeftijd nauwelijks veranderd. Over een langere periode is wel een duidelijke verschuiving zichtbaar: jongeren komen steeds vaker in de ww terecht. Tussen januari 2023 en juli 2025 verdriedubbelde hun aandeel, van 3,55% naar 10,18% van alle uitkeringen. Ook de ww-ontvangers in de middelste leeftijdsgroep (27- tot 50-jarigen) groeide in omvang, van 49,53% naar 53,76%. 50-plussers vormden juist een kleiner deel van de ww-ontvangers.
Verborgen werkloosheid en vakverlaters
Het aantal werkzoekenden dat het UWV registreert kan vertekend zijn. Werkzoekenden die geen uitkering (meer) ontvangen, staan niet altijd bij het UWV als werkzoekend geregistreerd. Journalisten die aan het begin van hun carrière staan hebben vaak nog weinig ww opgebouwd en krijgen daardoor slechts kort een uitkering.
Ook freelance journalisten met te weinig werk komen niet terug in de cijfers van het UWV. Een enquête onder zelfstandigen die werd uitgevoerd in het kader van de NVJ Arbeidsmarktmonitor laat zien dat een aanzienlijk deel van hen het financieel zwaar heeft. Iets minder dan een kwart (23,6%) beoordeelt de eigen financiële situatie als matig tot slecht (in 2024 was dat nog 28,2%). Vier op de tien zegt in grote tot zeer grote mate afhankelijk te zijn van het inkomen van de partner.
Bijna zes op de tien journalisten die in de ww belanden, vinden hun volgende baan weer in de eigen sector, blijkt uit cijfers van het UWV. Voor degenen die uitwijken naar andere branches zijn de baankansen gemiddeld, volgens het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA). Dat onderzoeksinstituut brengt iedere twee jaar de arbeidsmarktkansen voor beroepen in kaart.
Journalisten die het vak verlaten gaan volgens het UWV het vaakst aan de slag als communicatieadviseur, marketingmedewerker, online marketeer, klantcontactmedewerker, commercieel medewerker, management- of projectassistent of als taaldocent op vo/mbo-niveau. Deze sectoren bieden volgens het UWV voldoende tot goede baankansen.
Overstappen betekent overigens niet altijd definitief afscheid: een deel van de journalisten keert na een uitstapje terug naar de journalistiek. Hoe groot die groep is, is niet bekend.
)