Belangrijkste conclusies
De journalistieke arbeidsmarkt: minder freelance, meer loondienst
Na jaren van groeiende flexibilisering kromp in 2025 het aantal freelancers en nam de werkgelegenheid in loondienst juist toe. Die ommezwaai heeft effect op de hele sector. Op de volgende pagina’s presenteren we de belangrijkste conclusies uit de NVJ Arbeidsmarktmonitor 2025.
)
Het aantal journalisten in ons land is gedaald ten opzichte van een jaar geleden. Nederland telde half 2025 circa 18.250 journalisten. Dat is 1,4% minder dan in het jaar ervoor. Het aantal freelancers liep terug (-2%) en het aantal journalisten in loondienst steeg licht (+0,2%).
Die twee ontwikkelingen zijn met elkaar verbonden. Omdat de Belastingdienst in 2025 is gestart met het handhaven op schijnzelfstandigheid, zijn mediaorganisaties veelal gestopt met het inschakelen van zzp’ers op hun redacties. Er is nog wel werk voor freelancers, maar vaste dagen meedraaien op redacties als ‘vliegende keep’ is grotendeels voorbij.
Een ommekeer in de arbeidsmarkt
En dat betekent een ommekeer in de arbeidsmarkt. Jarenlang werd de journalistiek gekenmerkt door grote flexibilisering. Tussen 2016 en 2023 verdubbelde het aantal freelancers bijna. Op veel redacties kromp tegelijkertijd het aantal vaste banen. Wie een baan in loondienst ambieerde, moest goed zoeken.
Dat laatste is nog steeds het geval. Maar in het afgelopen jaar werd het vinden van een baan in de journalistiek wel iets makkelijker, vanwege het simpele feit dat werkgevers meer mensen in dienst namen. Die ontwikkeling heeft effect op de hele journalistieke arbeidsmarkt.
De huidige stand van de arbeidsmarkt
Hieronder zetten we voor alle zes deelgebieden van ons onderzoek de belangrijkste conclusies op een rij. In de hierna volgende hoofdstukken wordt per onderwerp dieper ingegaan op de data.
De journalisten
In Nederland werkt in 2025 0,18% van de beroepsbevolking als journalist. Dat is meer dan in België, Spanje en de VS, maar minder dan in de Scandinavische landen en in Duitsland. 57% van de Nederlandse journalisten werkt in loondienst (+1% ten opzichte van 2024), 36% als freelancer en 7% is werkloos. Twee derde van de loondienders heeft een vast contract. Uitzondering zijn de 30-minners: bij hen is de verdeling tussen vast en tijdelijk vrijwel gelijk.
De gemiddelde journalist is 49 jaar oud, acht jaar ouder dan de gemiddelde werknemer in Nederland. Mannen zijn in de meerderheid (57,7%), maar nieuwe aanwas bestaat voor het merendeel uit vrouwen. Ruim zes op de tien journalisten onder de 30 is vrouw. In alle andere leeftijdsgroepen domineren mannen.
Journalisten komen overwegend uit hogere sociaaleconomische milieus: slechts één op de vijf groeide op met ouders met een lagere opleiding en/of lager inkomen. Ruim zeven op de tien rekent zichzelf nu tot de hogere klassen. Eén op de twintig heeft een andere etniciteit.
Journalisten werken vaak meer uren per week dan gemiddeld is in Nederland. Juniors in loondienst verdienen gemiddeld 3400 euro bruto per maand, mediors 4070 euro en seniors 4590 euro. Bijna negen op de tien journalisten zegt over drie jaar waarschijnlijk tot zeker nog in de journalistiek te werken.
De freelancers
Freelancen is voor een steeds grotere groep iets wat ‘erbij’ wordt gedaan. Het aantal fulltime freelancers liep afgelopen jaar met 3,4% terug, terwijl het aantal parttimers met 2,8% groeide. De terugloop in fulltimers werd veroorzaakt door de handhaving op schijnzelfstandigheid.
Eén op de zes freelancers verloor afgelopen jaar opdrachten vanwege die handhaving. Radio- en tv-freelancers werden het hardst getroffen, gevolgd door de schrijvende zzp’ers. Drie op de tien stelt dat opdrachtgevers bang zijn geworden om zzp’ers in te huren.
Bijna 85% van de journalistieke zzp’ers is (zeer) tevreden met het zelfstandigenbestaan. 39% vindt de tarieven die opdrachtgevers betalen te laag. Onder de 30-minners vindt zelfs de helft dat. Journalistieke freelancers hadden in 2024 een gemiddeld belastbaar inkomen van 40.710 euro, 2,7% meer dan in 2023. Die lichte stijging kon de inflatie van 3,3% in 2024 niet bijbenen. Freelancers gingen er daardoor in koopkracht op achteruit.
Van alle groepen in de journalistiek werken freelancers gemiddeld de meeste uren per week. Eén derde deel van die uren is niet-declarabel. Ze gaan op aan zaken als administratie en acquisitie. Onder fotojournalisten is de verhouding het meest scheef.
Ruim één op de vijf freelancers wil in loondienst. Dat is aanzienlijk meer dan in andere branches, waar 11% van de zzp’ers een baan in loondienst prefereert. De loondienstwens is het grootst onder jongeren.
De werkgevers
Nederland telt 500 mediaorganisaties. De meeste daarvan zijn klein en hebben weinig journalisten in dienst. Na de overname van RTL Nederland door DPG Media zijn er nog vier grote spelers over: DPG Media, Mediahuis, de NPO en Talpa Network.
Zeven op de tien journalisten werkt in 2025 voor een landelijk medium, een klein kwart bij een regionale titel. Minder dan één op de tien loondienstfuncties bevindt zich bij een lokaal medium of een streekomroep.
De landelijke nieuwsuitgeverijen zijn de grootste werkgever. In 2024 waren dat nog de landelijke publieke omroepen. DPG Media en Mediahuis zijn op bedrijfsniveau veruit de grootste werkgevers. Bijna één op de drie loondienders in de journalistiek werkt bij een van deze twee partijen.
Bij de regionale omroepen groeide het aantal fte tussen half 2024 en half 2025 met 2,87%. De twee commerciële omroeporganisaties zagen een stijging van 2,88%. Ook nieuwsuitgeverijen zagen een lichte groei in fte. Bij de landelijke publieke omroepen nam het totaal aantal fte juist af, met 3,17%.
Door een omzetstijging uit digitale lezers, zag de nieuwssector in 2024 (meest recente cijfers) haar totale omzet groeien tot 1,21 miljard euro (+2% ten opzichte van het jaar ervoor). Die groei was niet groot genoeg om op te boksen tegen de inflatie.
De opleidingen
In studiejaar 2024-2025 studeerden er 556 journalistiekstudenten af aan hbo of universiteit. Dat is ruim 10% meer dan in het jaar ervoor. De stijging is procentueel gezien het hoogst aan de universitaire opleidingen. Toch zijn de hbo’s nog altijd ‘hoofdleverancier’ van vers afgestudeerde journalisten.
Bij de journalistieke mbo-opleidingen liep het aantal afgestudeerden juist terug. Die daling werd veroorzaakt door een dip in aanmeldingen tijdens de coronapandemie. Het afgelopen jaar trok het aantal starters aan de mbo’s weer aan. De hbo’s zagen een daling in aanmeldingen. Bij de universiteiten was er een lichte stijging.
Journalisten zijn vaker hoog opgeleid dan een aantal jaar geleden. Net iets meer dan de helft heeft een diploma van een journalistieke opleiding. Hoe jonger de journalist, hoe groter de kans dat hij hoog opgeleid is én een journalistieke opleiding heeft genoten.
45% van de journalisten die tussen 2020 en 2024 hun journalistiekdiploma haalden, werkte eind 2024 in het vak. Hoewel er meer vrouwelijke studenten afstudeerden aan journalistiekopleidingen, gingen zij naar verhouding minder vaak in de journalistiek werken dan mannen.
De werkzoekenden
Het aantal werklozen en werkzoekenden ligt half 2025 op ongeveer hetzelfde niveau als het jaar ervoor. In juli 2025 staan er 1867 journalisten bij het UWV geregistreerd als werkzoekende. Van deze groep is zeven op de tien (1307 personen) ook daadwerkelijk werkloos. De rest zoekt werk terwijl ze al werk hebben.
Het aantal journalisten in de ww loopt wel op. Van alle werkzoekende journalisten ontvangt één op de drie een werkloosheidsuitkering. Journalisten zitten vaak ook langer in de ww dan een jaar geleden. Drie op de tien zit zes tot twaalf maanden in de ww. Eén op de vijf zit langer dan een jaar met een ww-uitkering thuis.
Ruim de helft van de journalisten met een werkloosheidsuitkering is tussen de 27 en 50 jaar oud. Een derde van de ww’ers is 50-plusser en één op de tien is jonger dan 27 jaar. Over een langere periode is er een duidelijke verschuiving zichtbaar: het aandeel jongeren in de ww is groeiende.
Bijna zes op de tien journalisten die in de ww belanden, vinden hun volgende baan weer in de eigen sector. Journalisten die het vak verlaten gaan het vaakst aan de slag in de communicatie- of marketingbranche.
De arbeidsmarktkansen
In 2025 zijn er fors minder vacatures voor journalistieke functies gepubliceerd dan in het jaar ervoor. In de eerste drie kwartalen van 2024 werden 837 vacatures online gepubliceerd. In diezelfde periode in 2025 waren het er 604. De terugloop in vacatures is van kwartaal op kwartaal aan het vertragen.
Het aantal vacatures met uitzicht op een vast dienstverband ligt in 2025 flink lager dan het jaar ervoor. Bij de vacatures voor tijdelijke functies is dat precies andersom. De ommekeer vond begin 2025 plaats. Tegelijkertijd daalde de vraag naar zzp’ers hard.
Het te verwachten loon wordt in vacatures vaak niet genoemd. In twee op de drie vacatures wordt geen salarisindicatie gegeven. Bij vacatures waarin wel een salarisrange staat genoemd, wordt gemiddeld een salaris tussen de 50.000 en 55.000 euro per jaar geboden.
Bijna zes op de tien vacatures is in de eerste drie kwartalen van 2025 afkomstig van een omroep. Eén op de drie daarvan is afkomstig van een streekomroep.
Alleen kijken naar de vacatures geeft een vertekend beeld van de baankansen. Het aantal loondienstbanen nam afgelopen jaar immers iets toe doordat werkgevers een deel van hun freelancers in dienst namen. Daardoor waren de baankansen in de journalistiek net wat beter dan in het jaar ervoor.
Een blik vooruit
We schreven het al aan het begin van dit hoofdstuk: de recente ontwikkelingen op de journalistieke arbeidsmarkt hebben geleid tot een daling in het totale aantal journalisten. Vooruitkijkend naar de toekomst, verwachten we dat die daling doorzet.
Dat toekomstperspectief wordt deels veroorzaakt door al eerder ingezette veranderingen rondom de inhuur van zzp’ers. De data over 2025 hebben laten zien dat journalistieke organisaties risicomijdend optreden en veel minder zelfstandigen inhuren dan voorheen het geval was.
Deze ontwikkeling zet zich naar verwachting door. Het Centraal Planbureau (CPB) stelde half 2025 dat de werkgelegenheid voor zzp’ers in 2026 met 3% zal afnemen. Aangezien de journalistiek jarenlang bovengemiddeld heeft ingezet op freelancers, verwachten we dat de terugloop in werkgelegenheid voor freelance journalisten groter zal zijn dan dat.
Ook het feit dat de Belastingdienst in 2026 daadwerkelijk boetes gaat opleggen aan bedrijven die schijnzelfstandigen inhuren, gaat gevolgen hebben. Het aantal freelancers in de journalistiek zal naar onze verwachting verder dalen. Een deel van die freelancers zal in loondienst kunnen treden, maar voor lang niet alle zzp’ers is er een baan.
In het afgelopen jaar nam het aantal banen dan wel toe, maar voor de toekomst is die banengroei allerminst zeker. De bezuinigingen van 156 miljoen euro die per 2027 boven het hoofd van de NPO hangen, is daar een belangrijke reden voor. Ook in 2026 wordt er al bezuinigd: de NPO wil in dat jaar al 20 miljoen euro minder uitgeven aan programma’s.
Op lokaal niveau verwachten we een positiever beeld. Vanwege de omvorming van lokale omroepen naar streekomroepen en een bijbehorende professionaliseringsslag, nam het aantal banen in de regio de afgelopen jaren toe. Die ontwikkeling zet zich naar alle waarschijnlijkheid door. Ook verwachten we meer vacatures voor nieuwe functies, met name op het gebied van technologie en kunstmatige intelligentie (AI).
Wat de verdere opkomst van AI voor invloed gaat hebben op het vak, is onzeker. Maar dát het invloed gaat hebben, is duidelijk. Om die gevolgen vast te stellen, is aanvullend onderzoek nodig. De NVJ gaat daarom door met de NVJ Arbeidsmarktmonitor.
)