HomeActueelArbeidsmarktmonitor: Iets minder journalisten in Nederland door verschuiving van freelance naar vast
Terug

Arbeidsmarktmonitor: Iets minder journalisten in Nederland door verschuiving van freelance naar vast

arbeidsmarktmonitor

Het aantal journalisten in Nederland is in 2025 iets gekrompen ten opzichte van een jaar eerder. Er vond een verschuiving plaats van freelance naar loondienst, maar de daling in het aantal zzp’ers was groter dan de groei in banen. Bij de klassieke krantenuitgeverijen groeide het personeelsbestand iets, bij de landelijke publieke omroepen was er krimp. Landelijke nieuwsuitgeverijen zijn nu de grootste werkgevers.

Nick Kivits presenteert de Arbeidsmarktmonitor 2025

Dat blijkt uit onderzoek dat werd verricht in het kader van de NVJ Arbeidsmarktmonitor, een grootschalig en meerjarig onderzoek naar de journalistieke arbeidsmarkt. Voor het onderzoek zijn journalistieke organisaties ondervraagd naar de samenstelling van hun personeelsbestand, is data van de Kamer van Koophandel (KvK) geanalyseerd en werd data uit andere bronnen samengebracht. Het onderzoeksresultaat moet gezien worden als een onderbouwde schatting.

Perikelen rondom freelancers zorgen voor daling in aantal journalisten 

In 2025 telt Nederland zo’n 18.250 journalisten. Dat is net iets minder dan in het jaar daarvoor (toen waren het er 18.500). 0,18% van de Nederlandse werkzame beroepsbevolking werkt als journalist. Dat is meer dan in landen als België, Spanje, Frankrijk, Griekenland, Roemenië, Portugal en de Verenigde Staten, maar minder dan landen als Denemarken, Zweden, Duitsland, Finland, Noorwegen en Zwitserland. 

De daling in het aantal journalisten werd grotendeels veroorzaakt door een terugloop in journalistieke zzp’ers. Tussen juli 2024 en dezelfde maand in 2025 daalde het aantal freelancers in de journalistiek met 2%. Deze terugloop is verbonden met de handhaving van de wet DBA. Vanwege de aangekondigde controles op schijnzelfstandigheid door de Belastingdienst, zijn met name grotere werkgevers – waaronder de NOS, RTL, het ANP en DPG Media – freelancers in dienst gaan nemen. Voor lang niet alle freelancers was er een loondienstbetrekking beschikbaar. Voor de groep die niet in dienst trad, bleven er daardoor minder opdrachten over. 

Toch is nog ruim één op de drie journalisten werkzaam als freelancer (35,9%, in 2024 was dat nog 36,6%). Uit eerder onderzoek bleek al dat driekwart van hen (77%) fulltime als zelfstandige werkt. Het aandeel parttimers groeit onder zzp’ers echter al jaren. Het aantal journalistieke zzp’ers kan in werkelijkheid nog lager liggen dan de cijfers laten zien: een deel van de zzp’ers houdt zijn inschrijving bij de KvK aan na het stopzetten van zijn freelancepraktijk. Hoe groot dat aandeel is, is niet bekend. 

Net wat meer banen in loondienst 

Het feit dat een deel van de zelfstandigen in 2025 zijn weg naar loondienst vond, draagt bij aan een stijging in het totaal aantal loondienstbanen. Die stijging loopt echter niet gelijk op met de terugloop in zzp’ers. In 2025 steeg het aantal journalisten in loondienst met 0,2%. Het aantal werklozen bleef van jaar op jaar overigens ongeveer gelijk. 

Bij regionale omroepen nam het aantal fte (fulltime employees) in dienst met 2,87% toe (in aantal personen was de toename 3,03%), bij de twee commerciële omroeporganisaties steeg het aantal fte met 2,88% (3,24% meer personen) en ook klassieke krantenuitgeverijen zagen een lichte groei. Bij marktleider DPG Media zat die groei in fte vooral bij de regionale titels. 

Toch was er niet overal een toename in het aantal fte. Bij de landelijke publieke omroepen nam het totaal aantal fte juist af, met 3,17% (4,35% in aantal personen). Ook bij de uitgeverijen van vakmedia daalde het aantal personen in loondienst. 

Jongeren hebben het vaakst een tijdelijk contract 

Het grootste deel van de journalisten in Nederland heeft een vast contract. Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Amsterdam (UvA), dat in samenwerking met de NVJ Arbeidsmarktmonitor werd uitgevoerd. Bij een rondgang onder 1950 journalisten, gaf ruim vier op de tien (43,3%) aan een fulltime vast contract te hebben. Eén op de vijf (20,4%) zegt een vast contract in deeltijd te hebben. Bijna één op de tien respondenten heeft een tijdelijk contract. 

De verdeling van die contracten, is echter niet over alle leeftijdsgroepen gelijk verdeeld. Journalisten van 30 jaar en jonger hebben aanzienlijk vaker een tijdelijk contract dan hun collega’s in oudere leeftijdsgroepen. Hoe ouder de journalist, hoe kleiner de kans dat hij op een tijdelijk contract zit. Net iets meer dan één op de drie jongeren heeft een vast contract. In andere leeftijdsgroepen is het aandeel respondenten met een vaste aanstelling ruim het dubbele daarvan. 

Respondenten die in de wat oudere leeftijdsgroepen zitten, werken in de regel wat vaker als freelancer dan jongeren. Van de gepensioneerden is nog ruim één op de drie nog als freelancer actief. Het gros van de 70-plussers kiest er echter voor om gewoon van zijn pensioen te genieten.

Landelijke nieuwsuitgeverijen zijn nu de grootste werkgever 

Ruim de helft van de Nederlandse journalisten en redacteuren is in loondienst (57%). Eén op de drie loondienders (33,1%) werkt voor een nieuwsmedia-uitgeverij op landelijk of regionaal niveau. De landelijke nieuwsuitgeverijen zijn in 2025 de grootste werkgever: 21,1% van de journalisten in loondienst werkt daar. 

De situatie op de arbeidsmarkt is daarmee anders dan vorig jaar. In 2024 waren het nog de landelijke publieke omroepen die samen de meeste journalisten en redacteuren in loondienst. In dat jaar werkte nog 21,5% van de loondienders voor de landelijke publieke omroep. Dit jaar is dat 20,59%. Eén op de tien journalisten en redacteuren in loondienst werkt voor een regionale publieke omroep (10,19%). 

De landelijke commerciële omroepen zijn in 2025 goed voor 3,76% van het aantal redactionele en journalistieke banen (in 2024 was dat nog een kleine 3,5%). Zo’n 10% van de banen bevindt zich bij de magazine-redacties, 4,5% van de journalisten en redacteuren in Nederland is werkzaam bij vakmedia. 

Bij de lokale en streekomroepen werken anno 2025 nog altijd net wat meer personen in loondienst dan bij uitgeverijen van lokale media (ruim 460 tegenover ruim een kleine 150). Met name de lokale omroepen blijven in grote mate afhankelijk van het werk van vrijwilligers. 

Twee bedrijven hebben samen ruim 30% van de banen 

Dat DPG Media nog altijd de grootste journalistieke werkgever van het land is, zal niet verbazen. Zeker niet na de overname van RTL Nederland, die halverwege 2025 werd beklonken. Mediahuis is de op één na grootste werkgever. Van de omroepen is de NOS de grootste journalistieke werkgever. 

Hoewel zowel DPG Media als Mediahuis niet reageerden op verzoeken om data te delen, blijkt uit jaarverslagen dat zij gezamenlijk ruim 3100 journalisten in dienst hebben. Dat is goed voor ruim 30% van het totale aantal banen in de journalistiek. 

Een andere blik op cijfers 

De conclusies uit de NVJ Arbeidsmarktmonitor wijken af van data die zijn op te vragen bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Volgens het CBS telde Nederland er in het tweede kwartaal van 2025 zo’n 27.000 journalisten. 

Deze data komt tot stand aan de hand van een enquête onder de beroepsbevolking (de EBB), waarbij deelnemers zelf hun beroep invullen. Iedere deelnemer die invult werkzaam te zijn als journalist, telt daarin mee. De CBS-data schommelen daardoor flink van kwartaal tot kwartaal, waardoor ze minder geschikt zijn voor een uitgebreide analyse. 

Navraag leert dat in die data niet alleen personen zitten die vallen in de branche ‘Informatie en communicatie’ (waar journalistiek onder valt), maar ook mensen die werken in andere branches, zoals het onderwijs, bij de overheid en in de zakelijke dienstverlening. Van de 25.000 journalisten die het CBS in 2023 telde, waren er 13.000 werkzaam in de beroepsgroep ‘Informatie en communicatie’. Dat is de beroepsgroep waar de journalistiek onder valt.


 Verantwoording

Voor dit onderzoek werd in het eerste kwartaal van 2024 een overzicht van journalistieke werkgevers opgesteld. Deze werd een jaar later geüpdatet. Bij het opstellen en updaten van de lijst, is een brede definitie van journalistiek gebruikt. Naast nieuwsorganisaties (zoals uitgeverijen en omroepen), werden ook andere organisaties meegenomen waar journalisten werken, zoals (de redacties van) onderwijsinstellingen en vakbonden.

Alle werkgevers op de bijgewerkte lijst kregen in het tweede kwartaal van 2025 een korte vragenlijst voorgelegd. Daarin werd gevraagd naar het aantal personen dat in loondienst in redactionele functies werkt, het aantal fte aan redactionele functies bij de organisatie, het aantal freelancers dat regelmatig wordt ingezet en – indien van toepassing - het aantal vrijwilligers dat voor de organisatie werkzaam is. 

Van de 509 benaderde organisaties, gaven er 239 antwoord op de eerste twee vragen. De ontbrekende data over de eerste twee vragen werd ingevuld met andere bronnen. In een aantal gevallen werden namen in colofons opgezocht en werd bij deze namen nagegaan of de personen in kwestie werkzaam waren in loondienst of als freelancer. 

Bij grote organisaties werd ontbrekende data bij de eerste twee vragen aangevuld met data uit jaarverslagen. Bij kleinere organisaties werden gaten in de data aangevuld door middel van een berekening. Dat gebeurde aan de hand van gemiddelden van soortgelijke organisaties die wel inzage in hun data hebben gegeven. 

De derde en vierde vraag (over het aantal freelancers en vrijwilligers) werden veel minder vaak beantwoord: respectievelijk 161 en 96 keer. Omdat deze data geen representatief beeld geven van de markt, zijn ze niet gebruikt om totalen te berekenen. Data over het aantal zzp’ers is afkomstig van de Kamer van Koophandel (KvK). 

Enkele kanttekeningen: veel lokale omroepen zijn zich momenteel aan het omvormen tot streekomroepen. Omdat de ene omroep daarin verder is dan de ander, is ervoor gekozen de data van lokale en streekomroepen samen te nemen. Daarnaast bleken de diverse productiebedrijven in de televisiebranche – die bijvoorbeeld veelal de talkshows produceren – amper bereid data te delen. Hoewel hun data werd aangevuld met behulp van andere bronnen, zijn conclusies over productiehuizen moeilijk te trekken. 

De data over de typen contracten waar journalisten onder werken, zijn afkomstig uit een enquête onder journalisten, waarin hen werd gevraagd naar hun achtergrond, persoonlijke kenmerken en werksituatie. Deze enquête werd ontwikkeld door onderzoeker Mark Boukes van de Universiteit van Amsterdam (UvA) en verspreid via de NVJ en journalistieke werkgevers. De enquête werd ook openbaar online gedeeld. De vragenlijst werd in totaal 1950 keer (deels of volledig) ingevuld.

Het onderzoeksresultaat moet gezien worden als een onderbouwde schatting. In het komende jaar wordt nog verder onderzoek gedaan om eventuele ontbrekende data verder aan te vullen. 

Met dank aan Niels Baardemans, Zoë van Baarle, Christel Brinkman, Indy van der Heijden, Louise Hooijmans, Tijmen Koppelaar, Djenell Kroes en Anouk Lambregts voor hun hulp bij de uitvoer van dit onderz

Logo NVJ

NVJ, het journalistieke netwerk

Versterkt de positie van journalisten tegen geweld en agressie op straat en online

Onafhankelijk platform voor klachten over journalistiek werk en ethische kwesties

Steunt principiële rechtszaken van journalisten en monitort persvrijheid in Nederland

© 2026 NVJ - Alle rechten voorbehouden
  • Privacyreglement
  • Privacy- en cookieverklaring
  • Disclaimer