‘Wij proberen zo betrouwbaar en feitelijk mogelijk te zijn en kiezen geen kant’
)
Voor deze aflevering van #wijzijndeNVJ sprak Remy Reuvekamp met Wieneke Gunneweg. Foto: Jules van Iperen.
Wie: Wieneke Gunneweg
Functie: hoofdredacteur Erasmus Magazine
Lid sinds: 2021
NVJ in één woord: ruggensteun
Meest trots op: ‘Mijn redactie en mijn leiderschap.’
Inspirator: ‘Professioneel: als student Sonja Barend, later alle vrouwelijke journalisten met wie ik werkte. Persoonlijk: mijn zus, moeder, vader, kinderen en man.’
Je bent al bijna achttien jaar hoofdredacteur van Erasmus Magazine. Wat maakt het voor jou nog steeds een uitdagende baan?
‘Ik werk al best lang met een heel fijne, vaste redactie. We voelen ons altijd een beetje dat Gallische dorpje binnen de universiteit, haha. We bepalen zelf hoe wij ons journalistieke werk het beste kunnen doen voor de studenten en medewerkers, niemand die zegt wat wij moeten doen, of hoe. Die vrijheid is een luxe.
Daarnaast is de universiteit natuurlijk een heel mooi instituut om voor te werken. Een plek met slimme mensen die allemaal bezig zijn om dingen te onderzoeken en ontdekken, om de wereld wat beter te maken. De laatste jaren gebeurt er veel in de wereld en dat komt ook bij de universiteit binnen: van demonstraties voor het klimaat of Gaza tot allerlei discussies over linkse en rechtse polarisatie. Dat maakt het interessant.’
Het meest trots ben je op je team en je leiderschap. Wat maakt je trots op hen en hoe typeer jij jezelf als hoofdredacteur?
‘Het zijn allemaal betrokken en goede journalisten. Heel kritisch, ook op elkaar. We voeren goede discussies over de inhoud van verhalen en hoe we ergens verslag van doen. En we krijgen met een klein team ongelooflijk veel voor elkaar. Dat maakt me trots.
Toen ik op m’n vijfendertigste als hoofdredacteur begon, was dat mijn eerste baan als leidinggevende. Sindsdien heb ik veel geleerd, ontdekt dat je niet de allerbeste journalist hoeft te zijn om een goede leidinggevende te zijn. Ik probeer het beste uit mensen te halen, ze ruimte en vrijheid te geven. Als je ziet hoeveel misstanden er ook in de journalistiek zijn rondom slecht leiderschap en onveilige werksituaties… Het zit in mijn karakter om te letten op of mensen goed in hun vel en op de juiste plek zitten, en dat zal ook niet altijd goed zijn gegaan, maar ik geloof dat ik het wat dat betreft best goed doe.’
Wat maakt universiteitsjournalistiek anders?
‘Het is een heel interessante niche binnen de journalistiek, waarin – ik schat – zo’n 150 professionele journalisten werkzaam zijn, nog los van veel freelancers en studenten die er hun eerste stappen in de journalistiek zetten. Wat het uniek maakt is dat je zo dicht op je lezer zit. Dat is bijzonder, maar soms ook lastig. Om echt iets te kunnen betekenen, moet je heel goed weten wat er speelt. Wij kunnen geen hit-’n’-run-journalistiek bedrijven, dan kunnen we de volgende dag ons werk niet meer doen.’
Hoe bedoel je dat?
‘Een goed voorbeeld is de schietpartij in het Erasmus MC twee jaar geleden (een student schoot drie mensen dood, waaronder een docent in een leslokaal van het Erasmus Medisch Centrum – red.). Dat heeft veel paniek en trauma veroorzaakt. Het gaat over directe collega’s en medestudenten, dus daar moet je heel zorgvuldig en terughoudend mee omgaan. Kranten en omroepen hebben natuurlijk veel meer capaciteit voor dit soort zaken, meer ervaring ook. Wij zijn er op dat moment voor het menselijke verhaal, niet voor het ene na het andere politiebericht.’
‘We hebben meerdere protesten gehad, tentenkampen op de campus – de sfeer is echt wel grimmig geweest'
Jullie zijn naar eigen zeggen de belangrijkste onafhankelijke, journalistieke nieuwsbron van de Erasmus Universiteit. Wat betekent journalistieke onafhankelijkheid binnen een universitaire context?
‘Op een universiteit werken mensen die betaald worden om kritisch te denken, studenten wordt geleerd om kritisch te denken en er wordt met een hoop overheidsgeld gewerkt. Dat je kritisch volgt wat daar gebeurt, past bij de cultuur van de universiteit. En dat wordt ook gewaardeerd.
We werken zeer zorgvuldig, op veel fronten zorgvuldiger dan – gechargeerd gezegd – de gemiddelde dagbladjournalist, simpelweg omdat onze lezer elke dag ons kantoor kan binnenlopen. Ik maak weleens de vergelijking met de parlementaire journalistiek: daar zit je ook in een soort bubbel, super dicht op je onderwerp en zul je af en toe moeten wheelen en dealen.’
En wanneer schuurt dat?
Met het bestuur hebben we weinig problemen, al merk je wel dat er steeds meer wordt ingezet op reputatiemanagement en woordvoerderslijnen. Dat maakt ons werk er niet makkelijker op. Het schuurt soms met medewerkers die vinden dat je de vuile was niet buiten moet hangen, of met jonge studenten die vinden dat journalistiek anders zou moeten werken dan hoe wij het zien. Ze willen dan horen wat wij ergens van vinden. Maar wij zijn heel klassiek: we proberen zo betrouwbaar en feitelijk mogelijk te zijn en kiezen geen kant.
Er zijn heel veel discussies geweest: Gaza, Israël, diversiteit, genderneutrale wc’s… We hebben weleens een vrouw aan het woord gelaten die zich niet prettig voelde in genderneutrale wc’s. Daar viel weer een ander over. Het zou transfoob zijn dat we zo iemand aan het woord lieten. Het is nu wat rustiger geworden, maar er is een tijd geweest dat we echt van alles zijn beschuldigd terwijl we denk ik eerder progressief dan conservatief zijn.’
Er zijn bij jullie ook behoorlijk wat protesten rondom Gaza geweest. Hoe heb jij dat als hoofdredacteur ervaren?
‘Als heel intens. We hebben meerdere protesten gehad, tentenkampen op de campus – de sfeer is echt wel grimmig geweest. ME en politie op de universiteitscampus is ook best heftig. De Erasmus Universiteit staat vanouds bekend als een vrij conservatieve, meer rechtse universiteit, dus dat er protesten waren was eigenlijk al bijzonder. Tegelijkertijd weet je dat er een grote groep is die er heel anders over denkt, of die het er wel mee eens is maar niet met de manier waarop. Wat ik interessant vond is hoe het bestuur van zo’n instelling worstelt met de protesten waarmee ze ineens geconfronteerd worden. Ik zie het als taak van Erasmus Magazine om die worsteling in beeld te brengen.’
Wat me opviel aan jullie Gaza-dossier is dat je nauwelijks interviews met studenten zelf tegenkomt. Was dat een bewuste keuze?
‘Nee, dat is gewoon niet gelukt. Tijdens de protesten hebben we soms wel met woordvoerders kunnen spreken, maar echte interviews – wie ben jij, wat doe je hier vandaag en waarom protesteer je? – wilden studenten niet. Ze zijn bang dat hun naam bekend wordt en dat dat tegen hen wordt gebruikt. Ze hebben weinig vertrouwen in overheden, politie en ook in de journalistiek als instituties. We hebben ook meermaals geprobeerd om Joodse studenten en medewerkers te spreken, maar zij wilden uit angst voor hun veiligheid evenmin meewerken.’
Tot slot, waarom ben je lid geworden van de NVJ?
‘Ik ben lid geworden omdat je als journalist binnen zo’n universiteit toch in een precaire situatie zit. Ik dacht: als er een keer wat is, heb je ruggensteun. We hebben een aantal keer gebruikgemaakt van de juridische hulp van de NVJ en dat was heel erg fijn. Maar ik ben ook lid vanuit solidariteit: deze club komt op voor journalisten, dus dat steun ik graag.’
Horen, zien, lezen
Televisie: ‘Van ergeren aan talkshows, tot mooie interviewprogramma’s en meeslepende series, 2 voor 12, Lubach en Even tot Hier.’
Podcast: ‘Recent was ik zeer onder de indruk van Het fortuin Carlier en Onaantastbaar.’
Dagblad: ‘De Volkskrant.’
Tijdschrift: ‘Vroeger veel gelezen, nu nog maar weinig, behalve soms op vakantie.’
Journalist: ‘Columns Eva Hoeke, interviews Volkskrant Magazine, verder heb ik bewondering voor alle (jonge) onderzoeksjournalisten.’
Muziek: ‘Van het West-Vlaamse Het Zesde Metaal, tot Midlake en Froukje.’
Van starters tot jubilarissen, van actieve bestuursleden tot mensen die de NVJ een warm hart toedragen. Elk lid telt! Wie zijn ze? Wat doen ze en waarom zijn ze lid van de NVJ? Onze leden vertellen erover in de rubriek #wijzijndeNVJ.
)
)