Jules van Iperen: ‘Ik sta liever tussen de vuilnismannen dan bij een bezoek van de koning’
Voor sommige fotografen zijn koninklijke bezoeken, beroemdheden of grote gebeurtenissen het hoogtepunt van hun werk. Voor fotojournalist en NVF-lid Jules van Iperen ligt dat anders. ‘Ik sta liever tussen de vuilnismannen dan bij een bezoek van de koning’, zegt hij. Niet omdat hij het spektakel niet waardeert, maar omdat hij juist gefascineerd is door het alledaagse leven van gewone mensen. Daar, in de dagelijkse realiteit, vindt hij de meest authentieke verhalen.
)
Al op jonge leeftijd kwam Jules met fotografie in aanraking. Rond zijn veertiende kreeg hij van zijn moeder een spiegelreflexcamera in zijn handen gedrukt. In de eerste jaren maakte hij daarmee vooral natuurkiekjes en dat soort dingen, maar al snel ging hij ook activiteiten in het dorp vastleggen.
Toen hij zeventien was schreef hij zijn fotografiebedrijf in bij de Kamer van Koophandel. Dat bleek het startpunt van zijn carrière, ‘van de ene opdrachtgever kwam de andere, waardoor ik in de loop der jaren een steeds grotere en diverse groep opdrachtgevers heb opgebouwd. En dat hoop ik nog altijd te kunnen voortzetten'.
‘Veel zelf geleerd’
Van Iperen mag je gerust een ‘autodidact’ noemen. ‘Een opleiding heb ik niet echt gehad. Ik heb één jaar kunstacademie gedaan, maar ontdekte al snel dat die omgeving mij niet paste.
In plaats daarvan leerde hij het vak vooral zelf. ‘Via YouTube heb ik veel van de techniek geleerd en daarnaast heb ik veel hulp te danken aan collega-fotografen. Zij gaven mij inzichten in hun manier van kijken, selecteren en het werken in het veld. Daarnaast haal ik veel inspiratie uit het werk van andere fotografen. Ik koop elke maand een fotoboek. Die bestudeer ik dan ook aandachtig om te kijken hoe bepaalde foto’s in elkaar steken.’
Kranten als opdrachtgevers
Zijn moeder gaf hem het eerste zetje richting fotografie. Van een regionale persfotograaf kreeg hij een tweede, misschien net zo bepalend zetje, naar de fotojournalistiek. ‘Bij mij is van de ene opdrachtgever de andere gekomen. Via Jeroen van Eijndhoven – destijds van het Tilburgse fotobureau beeldwerkt. – kwam daar de journalistieke kant bij. Hij stuurde mij zo af en toe als ‘reserve’ fotograaf op pad voor opdrachten van het Brabants Dagblad als zijn eigen fotografen het al druk hadden. En dat smaakte naar meer, dus in de loop der jaren kreeg ik de gelegenheid om meer voor die krant te gaan doen. Inmiddels loopt het journalistieke werk voor mij voornamelijk via de persbureaus Pix4profs (Brabants Dagblad/BN De Stem) en ProShots (sportfotografie).’
Het fotojournalistieke werk heeft voor Jules van Iperen na zo’n dertien jaar nog steeds een grote aantrekkingskracht. ‘Ik vind het geweldig om tussen de mensen te zijn en hun verhalen te horen. Je hoort wat er speelt en wat hen bezighoudt. Ik vind het bijzonder interessant om daarna het verhaal ook in beeld te mogen vastleggen. Soms vergeet ik wel dat ik ook nog een foto moet maken, omdat ik de verhalen ook erg graag aanhoor. De gewone mensen en ‘dagelijkse’ bezigheden leg ik daarom ook het liefste vast, al zitten die natuurlijk ook vol bijzonderheden! Deze diverse inkijkjes in de vele diverse werelden van mensen vind ik heel erg verrijkend voor mezelf.’
‘Geef mij maar de gewone mens’
Daar waar sommige fotojournalisten zich met veel verve storten op het in beeld brengen van bekende personen, kiest Van Iperen juist voor het tegenovergestelde. ‘Als fotograaf ben ik eigenlijk in de eerste plaats altijd geïnteresseerd in de 'gewone' mens. Vanuit daar komt ook mijn specialisme naar boven: reportage, portret en sport. In deze drie takken staat voor mij de mens altijd centraal. Bij een portret spreekt dit voor zich. Maar ook bij bijvoorbeeld sport, probeer ik me toch te richten op de mensen die deze beoefenen, door hun emotie en inspanning, maar ook het publiek eromheen, in beeld te brengen. Amateursport is dan ook iets dat ik mooi vind, naast het fotograferen van sportprofessionals. In mijn reportages probeer ik ook altijd een menselijke kant te vinden, het liefst gewoon lekker dagelijks. Dat is toch het meest echte plaatje in mijn ogen.’
Meer dan alleen journalistiek
Naast journalistieke opdrachtgevers bedient hij tegenwoordig een scala aan andere organisaties. ‘Mijn werkzaamheden bestaan voor een groot deel uit journalistiek werk, maar ik werk ook voor bedrijven, ngo’s en overheidsinstanties.’ Die combinatie is volgens hem noodzakelijk geworden. ‘Leven van enkel de journalistiek is tegenwoordig lastig, de tarieven zijn laag en het aantal opdrachten is beperkt. Commerciële opdrachten bieden daarom een aanvullend inkomen. Tegelijkertijd leveren die ook interessante projecten op, zoals campagnes en redactionele fotografie voor organisaties. Ook daar haal ik veel energie uit en kan ik lekker tussen de mensen zijn.’
In de rubriek NVF Uitgelicht valt het vaker te lezen: fotojournalisten zijn op de eerste plaats creatief. Het zakelijke deel van het vak is vaak minder in trek. Zo ook bij Jules van Iperen.
‘Ik vind het zakelijke aspect het lastigst. Het liefst ben ik gewoon de hele dag buiten met mijn camera tussen de mensen om verhalen vast te leggen. Er zit echter toch ook veel binnenwerk aan het vak van fotograaf. Het bewerken vind ik nog niet zo erg, dat is een deel van het fotografisch proces. Juist die andere rompslomp heb ik moeite mee om bij te houden: reageren op mails, appjes en – niet te vergeten – de vele berichten via sociale media. En dan is er ook het bijwerken van de administratie en andere zaken zoals het op tijd aanvragen van accreditaties.’
Over AI gesproken
Er wordt al jaren veel geschreven over de impact van technologische ontwikkelingen op diverse vakgebieden. De relatief snelle opmars van het gebruik van artificial intelligence is één van de meest spraakmakende voorbeelden daarvan. De invloed van AI op bijvoorbeeld de fotografie in het algemeen en de fotojournalistiek in het bijzonder is ontegenzeggelijk groot te noemen. Al vindt Van Iperen dat er wat nuancering op zijn plaats is. ‘Ik zie de toekomst van het vak stabiel in, mits je als fotograaf met je tijd meegaat. Er zitten enorme veranderingen aan te komen of zijn al in gang gezet zelfs, die enorme impact gaan hebben op ons vak. Allereerst natuurlijk AI, maar ook het format waarin foto’s worden gebruikt is aan het veranderen.’
‘Je ziet al dat op veel plekken door AI gegenereerde beelden worden gebruikt en dat zal meer worden. Ik denk dat hier voor fotografen juist mogelijkheden liggen om een authentiek product te kunnen verkopen waar media belang aan hechten. Ik las een paar weken geleden een artikel daarover in het Brabants Dagblad. Lezers hadden met AI gegenereerde foto’s van sneeuwplezier ingestuurd. De redactie had dit niet gelijk opgemerkt en enkele van die foto’s waren zelfs gepubliceerd. Ik denk dat dit nog weleens meer kan worden en de krant hierdoor juist de ingezonden foto’s links laat liggen. Ik denk dat ze dan liever weer meer fotografen op pad sturen om een foto te laten maken waarvan ze zeker weten dat die echt is.’
‘Web vraagt ander soort beeld’
En dan is er nog de kwestie van andere formats: ‘Op dit moment is nog een groot deel van onze publicaties in print of via digitale verschijningsvormen. In alle gevallen is dat nog op print gebaseerd. Ik verwacht dat dit in rap tempo gaat veranderen naar veel meer web based, met alle nieuwe mogelijkheden die dat biedt. In web past beweging, meer dynamiek én we bekijken het op andersoortige platformen. Ik verwacht dat dit invloed gaat hebben op wat redacties voor soort beeld gaan vragen.
Op websites en sociale media passen bijvoorbeeld korte video's, fotoreeksen en diashows beter. Daarnaast worden foto’s vaker bekeken op kleine smartphone schermen, dit heeft invloed op de compositie en kadrering. Dit zijn vragen die niet altijd leuk zijn en de creativiteit soms beperken, maar ik denk wel dat je hier deels in mee moet om je opdrachtgever te behouden en bij de tijd te blijven. Het geeft juist ook weer veel meer nieuwe mogelijkheden denk ik, mits je er creatief naar kijkt.
Enorme veranderingen aanstaande dus, maar vol mogelijkheden, mits je anticipeert. Al denk ik niet dat je op elke trend gelijk mee moet hoppen als fotograaf. Je ziet nu veel fotografen op sociale media bepaalde trends exact van elkaar overnemen, ik geloof juist dat je je eigen authenticiteit moet bewaken. Maar bepaalde veranderingen gaan groter zijn dan snelle beeldtrends.’
Lid van de NVF/NVJ
‘Ik ben lid van de NVF/NVJ omdat deze organisatie faciliteert in een aantal handigheden voor (foto)journalisten, zoals een perskaart. Dit maakt het vak werkbaar. Daarnaast zijn ze altijd te bereiken voor eventuele vragen met betrekking tot het vak of opdrachtgevers. Gelukkig hoef ik hier niet vaak gebruik van te maken, maar die paar keer dat ik een vraag had, werd ik snel en goed geholpen. Bovendien spelen er veel dingen op het grote vlak, zoals onderhandelingen met de grote spelers als DPG. De NVJ en NVF zijn hierin een goede partner zodat wij er zelf minder omkijken naar hebben. Daarnaast blijf ik zelf ook op de hoogte wat er speelt in het werkveld door bijvoorbeeld de nieuwsbrief en de connectie met Villamedia.’
Bijschrift hoofdfoto: 'Deze volle maan viel precies tijdens de Tilburgse kermis vorig jaar. Ik was eigenlijk al klaar met fotograferen en had zelfs net mijn camera thuis gelegd, terug op weg naar de stad voor nog een biertje zag ik deze maan aan de horizon. Ik ben gelijk terug naar huis gefietst, heb m’n langste telelens gehaald en over de kermis gegaan voor een silhouet van de kermis op deze volle maan. Ergens tussen de schietkramen kwam daar deze uit voort.’
‘De opbouw van de Tilburgse kermis wordt altijd druk bezocht, vooral door mannen. In de stad heten deze toeschouwers van de kermisopbouw de ‘kijkmannen’. Ze verplaatsen zich vaak met hun scootmobiel of fiets over het kermisterrein op zoek naar plekken waar bouwactie gaande is. Daar klonteren ze samen in groepjes. Afgelopen jaar besloot ik een vrije serie portretten te maken van deze ‘kijkmannen’. Gelukkig besloot het Brabants Dagblad deze groot te plaatsen. Dit is één van de kijkmannen uit de serie.’
‘Tijdens de Meimarkt, een jaarlijkse 24-uursvrijmarkt in het centrum van de stad, besluit een flinke groep jongeren dat het een leuk idee is om alles dat wielen heeft op te kopen en een zeepkistenrace te houden vanaf een helling in een parkeergarage. Via via hoor ik hiervan en besluit erop af te gaan, daar tref ik inderdaad een race aan met speelgoedautootjes, skateboards, fietsen, en zelfs rolkoffers en grasmaaiers. Voor dit soort ‘idiote’ taferelen haal ik graag de nacht door.’
Als NVJ-lid sta je niet alleen.
Meedoen?
Voor de rubriek NVF Uitgelicht in Focus Magazine zijn wij altijd op zoek naar NVF-leden. Wil jij je werk ook in het oudste fotografietijdschrift van Nederland en in de NVF-nieuwsbrief laten zien? Neem dan contact op met Paul Teixeira.
)