)
World Press Freedom Index 2026: persvrijheid wereldwijd op laagste punt in 25 jaar
De wereldwijde persvrijheid heeft in 2026 een nieuw dieptepunt bereikt. Volgens de nieuwste World Press Freedom Index van Reporters Without Borders (RSF) is de gemiddelde score van de 180 onderzochte landen en gebieden nog nooit zo laag geweest sinds de start van de index in 2001. Voor het eerst valt bovendien meer dan de helft van alle landen in de categorieën “moeilijk” of “zeer ernstig” als het gaat om persvrijheid. Daarmee bevestigt de index een trend die al jaren zichtbaar is: journalistiek staat wereldwijd steeds meer onder druk. Niet alleen door geweld en censuur, maar ook door steeds strengere wetgeving, waardoor het recht op informatie geleidelijk wordt uitgehold, zelfs in democratische landen. Nederland is het hoogst genoteerde EU-land. Toch blijft veiligheid een punt van zorg.
)
Anne Bocandé (RSF) blikt niet alleen terug op 25 jaar, maar stelt ook de vraag: ‘Hoe lang accepteren we nog het verstikken van journalistiek, het systematisch hinderen van journalisten en de voortdurende afbraak van persvrijheid?’ Alleen principes uitspreken is niet langer genoeg, stelt Bocandé. ‘Effectieve maatregelen om journalisten te beschermen zijn essentieel, te beginnen met het beëindigen van de criminalisering van journalistiek: het misbruik van nationale veiligheidswetten, SLAPP-zaken en het systematisch tegenwerken van degenen die onderzoeken, blootleggen en misstanden benoemen. De huidige beschermingsmechanismen zijn niet sterk genoeg; het internationaal recht wordt ondermijnd en straffeloosheid is wijdverbreid. We hebben stevige garanties en betekenisvolle sancties nodig. De bal ligt bij de democratieën en hun burgers. Het is aan hen om weerstand te bieden aan degenen die de pers het zwijgen willen opleggen.’
Belangrijkste inzichten uit de RSF World Press Freedom Index 2026:
De wereldwijde score voor persvrijheid is nog nooit zo laag geweest. Voor het eerst valt meer dan de helft van alle landen in de categorieën “moeilijk” of “zeer ernstig”.
Van de vijf factoren waarop persvrijheid wordt beoordeeld – economische, juridische, veiligheids-, politieke en sociale omstandigheden – is vooral de juridische situatie het sterkst verslechterd.
Noorwegen staat voor het tiende jaar op rij bovenaan, terwijl Eritrea voor de derde keer als laatste eindigt. Syrië laat na het vertrek van Assad de grootste verbetering zien met een stijging van 36 plaatsen.
Laagste score in een kwart eeuw
De wereldwijde persvrijheid staat er slechter voor dan ooit in de afgelopen 25 jaar. Sinds RSF begon met de index is sprake van een geleidelijke maar duidelijke achteruitgang. Dat zie je ook terug op de kaart: die kleurt elk jaar roder. Journalisten worden nog steeds gedood of gevangengezet, maar de manieren waarop persvrijheid wordt ondermijnd zijn veranderd. Steeds vaker gebeurt dat via vijandige politieke retoriek, een verzwakkende mediasector en wetgeving die bewust wordt ingezet om de pers in te perken.
Ook het aandeel mensen dat leeft in landen waar persvrijheid als “goed” wordt beoordeeld, is sterk gedaald: van 20 procent in 2002 naar minder dan 1 procent nu.
De gemiddelde score van alle landen was nooit eerder zo laag. Ruim 52 procent van de landen valt in “moeilijk” of “zeer ernstig” (in 2002: 13,7%). Ook het aandeel mensen dat leeft in landen waar persvrijheid als “goed” wordt beoordeeld, is sterk gedaald: van 20 procent in 2002 naar minder dan 1 procent nu.
Oorlog en geweld blijven bepalend
Oorlogen en beperkte toegang tot informatie zijn een belangrijke oorzaak van de verslechterde persvrijheid wereldwijd. In landen als Irak, Sudan en Yemen drukken langdurige conflicten zwaar op de journalistiek. Vooral in Gaza is de situatie extreem: sinds oktober 2023 zijn daar meer dan 220 journalisten vermoord door het Israëlische leger, van wie zeker 70 tijdens hun werk. Ook in landen als Rusland en Iran blijft persvrijheid zwaar onder druk staan door oorlog en repressie.
Tegelijkertijd zit de pers in sommige landen al jaren vast onder autoritaire regimes, zoals in China, Noord-Korea en Eritrea, waar journalisten nauwelijks ruimte krijgen. In andere landen is de situatie juist snel verslechterd door politieke ontwikkelingen en strengere controle, zoals in Hong Kong, El Salvador en Georgië. In de Sahel-regio laat vooral Niger een scherpe daling zien door geweld en machtsmisbruik.
Er zijn ook enkele uitzonderingen: Syrië laat na de val van het regime van Bashar al-Assad een duidelijke verbetering zien. Toch blijven Oost-Europa en het Midden-Oosten de gevaarlijkste regio’s voor journalisten wereldwijd.
Criminalisering van journalistiek bereikt hoogtepunt
De criminalisering van journalistiek heeft wereldwijd een nieuw hoogtepunt bereikt. In meer dan 60 landen ging de juridische indicator achteruit. Overheden maken steeds vaker misbruik van nationale veiligheidswetten, terrorismebestrijding en andere regelgeving om kritische journalistiek te beperken, niet alleen in autoritaire staten maar ook in democratieën.
In landen als Rusland, Belarus, Myanmar en Egypte worden journalisten vervolgd of gevangengezet onder het mom van nationale veiligheid. Ook in democratische landen, zoals Japan en de Filippijnen, wordt wetgeving ingezet om onafhankelijke verslaggeving te onderdrukken. In Hong Kong en Turkije worden daarnaast aanklachten gebruikt als “desinformatie” of “belediging van de president”.
Een groeiend probleem is het gebruik van zogeheten SLAPP-zaken: rechtszaken die bedoeld zijn om journalisten financieel en juridisch onder druk te zetten. Dit speelt onder meer in Bulgarije en Guatemala, maar komt ook voor in landen met relatief goede persvrijheid, zoals Frankrijk. Tegelijkertijd schieten beschermingsmaatregelen vaak tekort: in meer dan 80 procent van de landen zijn die er niet of werken ze onvoldoende. Binnen de EU biedt de European Media Freedom Act wel bescherming op papier, maar in de praktijk wordt die regelmatig ondermijnd door nationale wetgeving, bijvoorbeeld in Hongarije en ook in landen die hoger scoren op persvrijheid.
Noord- en Zuid-Amerika
Persvrijheid in Noord- en Zuid-Amerika staat steeds meer onder druk door geweld en politieke invloed. Vooral georganiseerde misdaad en overheden spelen daarin een grote rol. De regio laat een sterke daling zien die vergelijkbaar is met de meest gevaarlijke gebieden ter wereld voor journalisten.
In Noord-Amerika is de situatie zichtbaar verslechterd onder Donald Trump. De aanhoudende aanvallen van Trump op de pers en ingrepen in de mediasector hebben het klimaat verder verscherpt en het land met zeven plaatsen doen dalen op de ranglijst. Die harde lijn krijgt navolging in landen als Argentinië en El Salvador, waar de druk op media toeneemt.
Tegelijkertijd zorgen geweld en moorden op journalisten voor forse dalingen in landen als Ecuador en Peru. In Nicaragua en Cuba is er nauwelijks persvrijheid door systematische repressie.
Europa
Hoewel persvrijheid in Europa relatief sterk is, is er ook een duidelijke negatieve trend. Vooral in de Westelijke Balkan verslechtert de situatie: landen als Albanië, Bosnië en Herzegovina en Servië zijn vijandig tegenover journalistiek en kwetsbaar voor propaganda. Tegelijkertijd wordt wetgeving steeds vaker ingezet om media te controleren, zoals in Georgië en Armenië.
Rusland staat met een 172e plaats nog altijd in de onderste regionen van de index. Onder president Vladimir Poetin wordt wetgeving actief ingezet om onafhankelijke journalistiek te onderdrukken. Tientallen journalisten zitten gevangen, terwijl anderen gedwongen zijn te vluchten. Zelfs in ballingschap blijven zij te maken houden met juridische vervolging.
De oorlog tegen Oekraïne heeft daarnaast grote gevolgen voor de informatievoorziening. Naast fysieke risico’s spelen propaganda en beperkingen op toegang tot informatie een belangrijke rol.
Ondanks Europese regels zoals de European Media Freedom Act, die persvrijheid moet beschermen, schiet de naleving vaak tekort. Ook in EU-landen zelf, zoals Frankrijk en Tsjechië, staat de onafhankelijkheid van media onder druk door nationale wetgeving. In Hongarije wordt de Europese wet zelfs actief ondermijnd.
In Turkije worden onder president Recep Tayyip Erdoğan journalisten regelmatig vervolgd met aanklachten als ‘terrorisme’, ‘desinformatie’ of ‘belediging van de president’.
Nederland
De 2026 World Press Freedom Index wordt aangevoerd door Noorwegen, gevolgd door Nederland, Estland, Denemarken, Zweden, Finland en Ierland. De stijging van Nederland naar de tweede plaats is overigens vooral het gevolg van de daling van Estland en minder van eigen vooruitgang. Daarmee is Nederland wel het hoogst genoteerde EU-land. De juridische en economische omstandigheden verbeterden, terwijl de politieke, sociale en veiligheidsindicatoren licht verslechterden. Vooral veiligheid blijft een punt van zorg (plaats 32). Nederland is een van de weinige EU-landen waar een journalist werd vermoord; uitvoerders zijn veroordeeld, maar de opdrachtgevers nog niet.
Tegelijkertijd nemen incidenten toe: in 2025 werden 262 meldingen gedaan bij PersVeilig van intimidatie, bedreiging en geweld tegen journalisten.
Meer nieuws
)
)
)