NVJ Modelrichtlijn AI in de Journalistiek
Kunstmatige intelligentie wordt steeds vaker ingezet op redacties. Dat biedt kansen, maar roept ook vragen op over kwaliteit, verantwoordelijkheid en zeggenschap. De NVJ heeft een Modelrichtlijn AI ontwikkeld voor redacties die zelf nog geen AI-beleid hebben.
)
)
NVJ Modelrichtlijn AI in de Journalistiek
Waarom deze richtlijn?
Kunstmatige intelligentie (AI) verandert de journalistieke praktijk ingrijpend. Het biedt kansen maar brengt ook risico's met zich mee. Journalistiek vervult een publieke functie. Betrouwbaarheid, onafhankelijkheid en transparantie zijn daarvoor onmisbaar.
Deze modelrichtlijn biedt redacties en journalisten een basiskader voor verantwoord AIgebruik, zonder innovatie in de weg te staan. Deze modelrichtlijn is gebaseerd op een analyse van richtlijnen van nationale en internationale media-organisaties. Zij geldt als minimumlijn. Eigen richtlijnen van journalistieke organisaties hebben voorrang op deze modelrichtlijn.
Deze modelrichtlijn richt zich op journalistieke redacties en op personen die bijdragen aan een journalistiek product, in dienst of als freelancer. Zij heeft betrekking op het journalistieke werk: het verzamelen, bewerken, produceren en publiceren van content. (Hoofd)redacties dragen er zorg voor dat ook ingehuurde krachten bekend zijn met deze richtlijn.
Begripsbepalingen
AI: een systeem dat met een zekere zelfstandigheid werkt en uit de informatie die het krijgt zelf afleidt hoe het tot een uitkomst komt, zoals een voorspelling, aanbeveling of beslissing.
Generatieve AI: een type AI dat zelfstandig tekst, beeld, geluid of video produceert op basis van een instructie.
Hoofdredactie: Degene die, onder welke benaming ook, eindverantwoordelijkheid heeft voor de redactionele inhoud van de publicatie of uitzending.
Redactie: Alle journalisten en redactionele medewerkers die bijdragen aan journalistieke publicaties, inclusief freelancers.
Freelancers: Journalisten die op basis van een opdrachtovereenkomst bijdragen aan journalistieke publicaties, zonder dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst.
Principes
1. Mens-machine-mens Bij het gebruik van AI in het journalistieke maakproces geldt het principe mens-machine-mens: een journalist initieert, AI ondersteunt, een journalist controleert en besluit. De eindcontrole wordt uitgevoerd door een andere persoon dan degene die de productie heeft verzorgd. Geen enkele publicatie komt tot stand zonder menselijke tussenkomst aan het begin én het einde van het proces. Waar menselijke tussenkomst niet mogelijk is (bijvoorbeeld vanwege technische processen zoals live transcriptie of contentmoderatiesystemen die realtime reacties tegenhouden) wordt hier transparant over gecommuniceerd.
2. Eindverantwoordelijkheid De hoofdredactie blijft te allen tijde eindverantwoordelijk voor gepubliceerde inhoud, ongeacht de eventuele rol van AI in het productieproces. De keuze voor bepaalde AI-systemen is een redactionele keuze waarvoor de hoofdredactie verantwoordelijkheid draagt. De hoofdredactie ziet toe op naleving van deze richtlijn en is aanspreekbaar op de wijze waarop AI wordt ingezet. De hoofdredactie zorgt ervoor dat freelancers op de hoogte zijn van deze richtlijn.
3. AI ondersteunt, vervangt niet AI is een hulpmiddel dat journalisten ondersteunt in hun werk. Het journalistieke oordeel, de nieuwsafweging, de duiding en de verificatie van feiten liggen altijd bij de journalist. AI neemt het journalistieke denk- en besliswerk niet over, maar kan wel gebruikt worden ter ondersteuning daarvan. Het gebruik van AI mag niet leiden tot lagere journalistieke standaarden: de dingen die journalistiek werk betrouwbaar maken blijven onverkort gelden, zoals feiten verifiëren, bronnen checken, hoor en wederhoor, zorgvuldig formuleren. AI wordt ook niet ingezet om onrealistische productieverwachtingen te rechtvaardigen of de werkdruk te verhogen, of om output en productiviteit te tracken en te evalueren.
4. Transparantie naar het publiek Wanneer AI een rol heeft gespeeld in een publicatie, wordt dat op heldere en begrijpelijke wijze kenbaar gemaakt aan het publiek. Redacties maken afspraken over wanneer vermelding vereist is en hoe die vermelding eruitziet. In die vermelding wordt bijvoorbeeld ingegaan op hoe AI is ingezet, maar ook waaróm AI is gebruikt. Transparantie over AI-gebruik is onderdeel van de bredere journalistieke verantwoording aan het publiek.
5. Bescherming van bronnen en data Bronbescherming is een journalistiek grondbeginsel dat ook in de omgang met AI onverkort van kracht is. Vertrouwelijke informatie en persoonsgegevens worden niet ingevoerd in AI-systemen, ook niet wanneer de redactie een betaald abonnement op deze systemen heeft. Over het delen van dergelijke data in interne, afgeschermde AI-systemen worden duidelijke afspraken gemaakt en vastgelegd. Journalisten zijn zich bewust van de risico's die het gebruik van externe AI-systemen met zich meebrengt voor de veiligheid van hun bronnen en de integriteit van hun onderzoek.
6. Betrouwbaarheid en verificatie AI-output wordt altijd gecontroleerd op juistheid voor publicatie en kan nooit de enige basis zijn voor gepubliceerde feiten. Journalisten blijven verantwoordelijk voor de verificatie van alle informatie, ongeacht de bron.
7. Auteursrecht en intellectueel eigendom Journalisten zijn zich bewust van de auteursrechtelijke implicaties van het materiaal dat zij invoeren in AI-systemen en van de output die zij gebruiken. Redacties respecteren de rechten van makers en wegen deze mee bij de keuze voor en het gebruik van AI-systemen. Zonder toestemming van de maker mag werk niet worden ingezet voor AI-toepassingen binnen of buiten de redactie.
8. Algoritmische bias AI-systemen kunnen vooroordelen bevatten (bias) die bepaalde groepen of perspectieven bevoordelen of benadelen. Journalisten beoordelen AI-output kritisch op bias, in het bijzonder bij berichtgeving over personen en groepen op basis van afkomst, gender, religie of andere kenmerken. De hoofdredactie ziet toe op een zorgvuldige omgang met dit risico.
9. AI-geletterdheid Werkgevers zijn wettelijk verplicht medewerkers te scholen in AIgeletterdheid. Zij zorgen ervoor dat journalisten over voldoende kennis en vaardigheden beschikken om AI-systemen verantwoord te gebruiken en de output ervan kritisch te beoordelen. Scholing omvat inzicht in zowel mogelijkheden als risico's van AI voor onderzoeksjournalistiek, datajournalistiek, archiefonderzoek en documentanalyse. Freelancers krijgen binnen de grenzen van de wet (zoals wetgeving op het gebied van schijnzelfstandigheid) ook toegang tot deze scholingsmogelijkheden.
10. Inventarisatie van AI-gebruik Redacties houden bij waar en hoe AI ingezet wordt in de werkprocessen. Per toepassing wordt beschreven welk doel zij dient, welke kansen zij biedt en welke risico's eraan verbonden zijn. Deze inventarisatie wordt periodiek geactualiseerd en gedeeld met de redactieraad. Zij vormt de basis voor interne afspraken over AI-gebruik en voor de toepassing van deze richtlijn binnen de eigen organisatie.
11. Verantwoord experimenteren Redacties worden gestimuleerd om binnen de kaders van deze richtlijn te experimenteren met AI-toepassingen die de journalistieke kwaliteit versterken. AI kan onder andere worden ingezet voor het analyseren van grote datasets, documenten en archieven, mits bevindingen onafhankelijk worden geverifieerd. Ervaringen, zowel positieve als negatieve, worden actief gedeeld binnen de organisatie. Experimenten vervangen niet de journalistieke kernprocessen maar vullen deze aan.
Slotbepaling
Deze richtlijn wordt ten minste eens per jaar herzien en geactualiseerd, in overleg tussen hoofdredactie en redactieraad. Wijzigingen worden vastgesteld volgens een procedure die in het geldende redactiestatuut is vastgesteld. Bepalingen uit het redactiestatuut die betrekking hebben op de inzet van digitale middelen (waaronder AI) zijn van toepassing op deze richtlijn.